‘De belevenis van een Smalrug’

‘De belevenis van een Smalrug’

Het moet ergens in 1971 of 72 zijn geweest, dat mijn moeder op een dag zei: “Kom jongens we goan een blokje om”. Als klein kind vond ik dat saai, we liepen altijd via de Van Asschendorplaan door de Prof. Wiersmalaan. Mijn moeder hield mij en mijn broertje vast aan de hand. We kwamen uit op

De Singel, moeder wilde rechtsaf terug naar de Van Asschendorplaan, maar wij zagen in de verte op het einde van De Singel, houten huisjes. Daar wilden we graag even kijken. Moeder ging akkoord maar vertelde steeds: “Dichtbij blieven”.

Ik zag voor het eerst in mijn leven zelfgemaakte hokjes van hout en allemaal kinderen. Vrij snel kwam de vraag: “Mama wat is dat?” “Huttenbouw”, hoorde ik mijn moeder zeggen. Dat was mijn eerste kennismaking met “Huttenbouw”.

Daar stond ik dan in mijn korte broek en zo dun als een spijker (u kunt zich het wellicht niet voorstellen). Ik zag jongens boven op een hut zitten en ik herkende ze, ze zaten klas hoger en ik trok snel mijn hand los van mijn moeder. Ik wilde in het nieuwe jaar niet gepest worden als dat jochie die moeders hand nog vast moest houden. Maar mijn drang was te groot, ik wilde er naar toe. Ik wilde mee timmeren een eigen hut bouwen, maar ik werd terug getrokken en mijn bezorgde moeder zei: “Daar liggen spijkers, straks stap je erin”. Mijn ouders vonden ons nog te klein om mee te doen, dus liepen we weer naar huis en ik keek steeds achterom.

Jaren later verhuisde de “Huttenbouw” naar het nieuwe recreatiepark “De Enk”. Toen kwam het moment dat pa zei: “Jullie ook naar de Huttenbouw?” Mijn vader had 2 hamers gekocht en we gingen met pa in de garage oefenen. Een spijker in een stuk hout slaan. Ik weet nog dat ik de hamer halverwege vast pakte en begon te timmeren. Mijn vader nam mijn hamer vast en zei: “Altied de hamer aan het einde van de steel pakken…hamer het werk laten doen”.

Met mijn vriendjes ging ik voor het eerst naar de speelweide. Daar was veel hout aanwezig. Ik zie me nog door de Burmanniastraat lopen met een hamer in de hand. Een pleister erop, waar moeder met een pen mijn naam op had gezet. We moesten via de Burmanniastraat. De Jonkerslaan was te druk,  met al die auto’s. Nu hoor ik u denken: “Wel erg, zo’n bezorgde moeder”. Nou wacht even, hier kom ik later even op terug.

Destijds was er voldoende leiding op de speelweide aanwezig. Het waren jongens die ook in het eerste van Grijpskerk speelden. Jongens waar we als kleine kinderen tegenop keken. We stonden bij een stapel hout en we mochten beginnen. Samen met mijn vriendjes overlegden we. In feite mijn eerste werkoverleg. Er waren geen ouders aanwezig, dus we moesten het zelf in elkaar timmeren. De stoere jongens uit een klas hoger hadden het dak er al op en ik keek er jaloers naar en merkte op: “Ze timmeren het wel, maar hebben de hamer verkeerd vast”. Maar hoe ik ook probeerde mijn hamer goed vast te houden, ik sloeg meer naast de spijker dan op de kop van de spijker. Ik kwam er ook achter dat je spijkers krom kon slaan. We waren trots dat de eerste planken vast zaten totdat iemand van de leiding kwam en opmerkte: “Waar zit jullie deur?”. We konden weer opnieuw beginnen!

Zaterdagavond ik kijk op de klok en het is nog maar 19.00 uur! Ik zit op de bank TV te kijken ik heb mijn schoenen al aan en ik ben er klaar voor. Klaar voor kampvuur. Een lange traditie in Grijpskerk. Ik hou het niet meer en ik besluit om alvast lopend naar De Enk te gaan. Ik zie bejaarde mensen in

De Wierde al klaar staan voor de ramen, ook zij weten dat straks de fakkeloptocht voorbij komt. Ik weet het nog heel goed. De fakkel stond in huis en vader knutselde een bierviltje eronder en ik hoor moeder nog zeggen: “Denk erom niet zwaaien met de fakkels en denk om de jongens achter je dat ze niet zwaaien met de fakkel in je haar”.

Even later passeerden de jongens en meisje met fakkels mij voorbij. Toen ik nog in Grootegast woonde nam ik mijn kinderen mee, hoewel die niet meespeelden in de spelweek, maar de fakkeloptocht van Grijpskerk, dat had ik gedaan, dus mijn kinderen ook. Op naar het kampvuur.

De brandweer staat op scherp. De kinderen mogen zelf de bult aansteken en na paar minuten wordt het heet, heel heet. Mensen doen een stapje terug en merken op: “Wat heet hé”. Ik voel trots in me opkomen. De leiding allemaal in het rood staan achter de bar en voor hen is het nog even doorzetten want ze hebben afgelopen week hard gewerkt om de kinderen van Grijpskerk te vermaken. Deze jongens en meiden verdienen alle lof. En als je bedenkt dat het allemaal vrijwilligers zijn, die een jaar lang voorbereiding treffen om er elk jaar weer een geslaagde week van te maken.

En natuurlijk zijn de speelweken in andere dorpen uniek, ook daar doen ze volop hun best. Maar Grijpskerk doet het al jaren. Wat ooit begon en steeds keer op keer een vervolg krijgt. Het is een perfecte traditie. En bedenk goed een plaats ten oosten van ons,  moet een speelweek gerund worden door professionele mensen, anders krijgen ze het niet van de grond. Hier in Grijpskerk doen we het al bijna 50 jaar met succes. Kinderen van nu zitten straks in de leiding en de leiding van nu zitten later in commissies die dingen blijven organiseren in het dorp.

Het is in feite gewoon een perfecte formule en ik wil het nogmaals zeggen: “Een perfecte groep vrijwilligers”. Oooh nu heb ik het gevoel dat het niet helemaal goed overkomt,  ik herhaal en schreeuw het nogmaals: “EEN PERFECT GROEP VRIJWILLGERS”. Dat wilde ik dan bij deze nog even extra onderstrepen: “EEN PERFECTE GROEP VRIJWILLIGERS”. 

Bij het kampvuur praat je met mensen en zijn we het allemaal eens dat het een mooie traditie is. Afgelopen week volgde ik via “Facebook de verrichtingen. In een flits schiet mij het verschil van toen en nu door mijn hoofd. Huttenbouw is het zelfde, de kinderen timmeren niet meer zelf dat doen de ouders tegenwoordig. Lachend swipe ik de foto’s op Facebook door en moet ik ineens denken aan Juf Ank van de Luizenmoeder: “Curlingouders, die de gevaarlijke hindernissen van hun kind schoonvegen”. Wat waren mijn ouders vroeger toch onvoorzichtig dat we zelf mochten timmeren! Al met al de bezorgdheid zit er nog steeds in. Verder blijft de formule hetzelfde.

Taco draait muziek, waarbij de vloer beweegt. Bij de KNMI slaat de Seismoloog op tilt en hoor je iemand roepen: “Alweer aardbevingen in Groningen…epicentrum ligt in Grijpskerk”. De eerste busjes van het NOB zijn al onderweg totdat ze melding krijgen: “Ooh… jongens ho maar… terug. Ze hebben jaarlijkse kampvuur in Grijpskerk”. Kampvuur Grijpskerk betekent de laatste dag van de vakantie. En zoals Taco het zei: “Je ziet de Grijpskerkers nergens en zo ineens zijn ze er”.

En dit doen we al van generatie tot generatie.

 

 

Vandaag in Grijpskerk

  • Geen activiteiten bekend